home links contact profiel cognitieve gedragstherapie coaching en stresspreventie
home

Concentratie en impulscontrole training bij AD(H)D met cognitieve gedragstherapie en neurofeedback

  • Inleiding 

Onvoldoende dopamine in het brein, waardoor een tekort aan intrinsieke motivatie en aan concentratie lijkt bij AD(H)D één van de centrale schakels, die leiden tot onderpresteren, grotere afhankelijkheid van externe beloning/ straf, een verminderd werkgeheugen, verminderde impuls-/ arousalcontrole en verminderd contact met anderen. Als gevolg hiervan ben je met AD(H)D m.n. kwetsbaar voor depressie, verslaving, gedrags- en relatieproblemen en persoonlijkheidsproblematiek. Nieuwe, afwisselende prikkels en een verhoogde arousal versterken (tijdelijk) de concentratie. Mensen met AD(H)D hebben dus een grote gedetermineerdheid om voor een goede concentratie meer en meer afhankelijk raken van externe prikkels en een verhoogde arousal. Dit leerproces kan worden beïnvloed met medicatie en training. Bij de training zijn "Motiveren, Impulscontrole, Structureren en Stimuleren (MISS) de sleutelbegrippen. Cognitieve gedragstherapie met neurofeedback en hartcoherentietraining zijn methoden waarbij deze ingrediënten makkelijk ingepast kunnen worden en ze zijn bovendien bewezen effectief bij AD(H)D (www.swpbook.com/1290; www.ggzrichtlijnen.nl). Het klachtenbeeld dat hoort bij AD(H)D kan -zonder de aanleg en ontwikkelings factoren die horen bij ADHD- onder invloed van chronische stress en/of middelenmisbruik- ook later in het leven ontstaan. Ook daarbij kan deze training worden ingezet. Zie voor algemene informatie over AD(H)D: www.balansdigitaal.nl en www.adhdnetwerk.nl.

Onze neurofeedback specialisten zijn psycholoog of pedagoog en voor neurofeedback opgeleid bij EEG professionals.

 

  • Cognitief gedragstherapie (al of niet via mediatie) gericht op "Don't MISS"-vaardigheden.

1)  Motiveren. Waarom heb ik dit nodig en wat win ik als ik mijzelf ga trainen. Visualiseren van verre doelen qua wat en hoe (realistisch succes). Dat doe je door een concrete aantrekkelijke voorstelling te maken van het moment dat je bereikt wat je wilt en van een typisch moment dat je typische moeilijkheden overwint op weg daarnaar toe . Daag kinderen terloops uit tot deze “heldhaftige” dagdromen.

2) Impulscontrole. Leren reguleren van lichaamsarousal en hersenarousal door neurofeedback, hartcoherentietraining, ontspanning/ademhaling oefningen, visualisatieoefeningen en start-stop oefeningen. Visualiseren doe je door het vanuit een ontspannen, gecontroleerde en geconcentreerde toestand visualiseren van situaties waarin je rustig, gecontroleerd en geconcentreerd wilt blijven. Daag kinderen terloops -bijvoorbeeld tijdens de maaltijd- tot deze activiteit uit. Start-stop oefeningen: je begint bijvoorbeeld met een spelletje -liefst een spelletje dat beroep doet op het werkgeheugen zoals Memory- en stelt op een timer de duur af dat het gespeeld wordt. Ga je er meer dan 5 minuten overheen dan doe je vervolgens een kortere speeltijd. Net zolang tot je een tijdperiode hebt gevonden waarin je de concentratie op jezelf en de tijd niet verliest. Vandaar ga je opvoeren. Iedere keer als je er overheen gaat doe je weer een stap terug. Dit kan je ook doen bij routinematige, saaie taken.

3) Structureren. Acties en tijdpad voor de volgende dag in een agenda opschrijven. Hierbij zo concreet mogelijke doelen stellen. Agenda als checklist gebruiken. Reminders organiseren (anderen en/of digitaal alarm). Hiermee train je overzicht, concentratie en zelfvertrouwen

4) Stimuleren. Maak je doelen aan anderen kenbaar en vraag ze je zonder oordeel (!) te confronteren met de feitelijk waargenomen resultaten. Stimuleer en complimenteer jezelf hierbij en laat je door anderen stimuleren en belonen, ook als je in faalmoment van je leerproces zit. Zie alles als een leerervaring in een leerproces. Reageer je niet af bij "falen", maar visualiseer hoe je het wel had gewild. Herhaal op vaste momenten je drijfveren en doelen en oefen je zelfvertrouwen (het gaat me lukken). Belonen doe je dus onafhankelijk van de resultaten dus puur voor het feit dat je er bent en beter wil worden. Kortom, zoek coaching bij jezelf en anderen en stel je coachbaar op. Daag kinderen spelenderwijs tot deze houding en vaardigheden uit.

 

  • Neurofeedback en hartcoherentietraining 

1) Vooraf aan de 1ste sessie doet clt. thuis  progressieve relaxatie en ademhaling training.

2) Bij begin van de 1ste sessie wordt kort uitleg geven van de neuropsychologische en cognitief gedrags therapeutische uitgangspunten van deze training. Uiteengezet worden de relatie tussen hersengolven en concentratie, de wisselwerking tussen fysieke spanning/ arousal  en concentratie,  het verschil tussen actieve (stimulus onafhankelijk) en passieve (stimulus afhankelijk) concentratie en de principes van operant en stimulus-respons leren.  Dan – elke volgende zitting begint zo- wordt de clt. geïnstrueerd zich m.b.v. een ademhaling en visualisatie oefening te ontspannen en concentreren. Het resultaat hiervan kan met de hartcoherentiemeter in beeld gebracht en in een grafiek in het dossier genoteerd zodat over zittingen de vorderingen in beeld komen. De cliënt wordt uitgedaagd elke zitting sneller en dieper te ontspannen met behoud van concentratie. Daarna wordt begonnen met stimulus-respons leren (bewust leren). De  cliënt wordt aangesloten op neurofeedback apparatuur. De cliënt stuurt de feedback apparatuur door middel van zijn concentratie en ontspanning en leert welk gevoel samengaat met bepaalde hersengolven en andere spanningsvariabelen. Dan volgt het operant leren (onbewust leren): cliënt krijgt de instructie om bij aandachtsverslapping actief te focussen op een film. De film slaat af als de hersengolven zich buiten het gewenste patroon bewegen. Zodra de golven zich weer binnen de gewenste grenzen begeven start de film weer op en middels die beloning leren de hersenen van de cliënt andere EEG patronen aan. De trainer stimuleert om de 5-10 minuten tot actief focussen en complimenteert voor de geleverde inspanning. Om de 5 zittingen worden minder stimulerende films getoond en/of de licht- en geluidsterkte in vaste stappen omlaag gedaan en wordt de clt. opnieuw uitgedaagd om bij verslappende aandacht actief te focussen.  Na de sessie wordt een nameting gedaan van een minuut en de mate van ontspanning en concentratie  gemeten d.m.v. biofeedback of een ontspanning game.  Bij elke volgende sessie wordt er vooraf met de cliënt besproken hoe de ervaringen na de voorgaande sessie zijn geweest.                                                                                                                                                                                                                                                3) Cliënten doen thuis de effectmeting en het generalisatie protocol van de ontspanningtraining.




printversie